Als de groep besluit

Marcel, 5th April 2011

touwtrekken

Eind vorig jaar kwamen we in contact met Groningse hoogleraar Bernard Nijstad. Hij onderzoekt onder meer hoe mensen keuzes maken en is geïnteresseerd in het beslissingsproces van groepen. We leerden interessante dingen van hem.

Een groep heeft de potentie een beter besluit te nemen dan een individu (de definitie van beter laten we voor het gemak maar even liggen). Twee weten immers meer dan één, drie mogelijk nog meer. Voor een goed groepsbesluit is wel uitwisseling van informatie, gedachten of (voor)gevoelens nodig. De deelnemers moeten bereid zijn het besluit met open geest te benaderen, elkaars inbreng te wegen en het collectieve belang van het besluit voor ogen te houden.

In de praktijk komt het daar niet altijd van en wordt een besluit op andere gronden genomen: voorkeuren. Die voorkeuren zijn vaak voorafgaand aan het groepsbesluit al bij alle deelnemers aanwezig en tijdens het besluitvormingsproces hebben de besluiters de neiging zich in hun eigen voorkeur vast te bijten. Helemaal als die voorkeur negatief is (“ik wil optie A absoluut niet”). Van een goed besluit is dan geen sprake. Óf er ontstaat een patstelling, óf de meerderheid wint. Voor beide uitkomsten had je net zo goed niet bij elkaar hoeven komen.

>> Link naar Bernard Nijstad

Oppassen met deskundigen

Marcel, 3rd May 2010

clavan2

Koot en Bie wisten het al: deskundigen zijn lang niet altijd deskundig. De bekende Oost-Europa deskundige dr. R. Clavan (die zich net zo makkelijk presenteerde als Rusland-deskundige, Duitsland-deskundige of deskundige van welk geografisch gebied dan ook) meldde eigenlijk nooit iets nieuws. Zo bont maken de meeste experts het niet. Toch luisteren we als leek misschien wel iets te makkelijk naar ze. Of juist niet goed genoeg.

Psychologe en communicatiekundige Ester Šorm deed promotieonderzoek naar hoe we de argumentatie van deskundigen beoordelen. Wat blijkt? Waar we normaal gesproken prima in staat zijn sterke van zwakke argumenten te onderscheiden, lukt dat niet als er een deskundige in het spel is – met name niet bij zogeheten autoriteitsargumenten. Dan lijken zwakke argumenten van een niet zo deskundige deskundige even overtuigend als sterke argumenten van een zeer deskundige deskundige. Anders gezegd: een deskundige hoeft helemaal niet zo deskundig te zijn om overtuigend over te komen. Volgt u het nog?

Wat hebben we aan deze kennis? Wel, bij bepaalde bijeenkomsten nodigen we vaak externe deskundigen uit. Daarbij liggen twee gevaren bij op de loer, zo leert dit promotieonderzoek. Allereerst het voor de hand liggende gevaar dat de deelnemers de argumenten van de deskundige te makkelijk voor zoete koek aannemen. En ten tweede – misschien wel veel vervelender – dat deelnemers zichzelf, collega’s of anderen ook als deskundig zien, en de waarde van andere argumenten even zwaar of zwaarder schatten dan de argumenten van de echte deskundige. Met als risico dat het mogelijke leereffect dat de deskundige kan brengen niet wordt bereikt.

Oplossingen? De deskundige helder positioneren en duidelijk maken waar hij of zij écht deskundig is (en waarom), en waar minder. En een beetje de zelfkennis en het relativeringsvermogen bij deelnemers én deskundige aanspreken kan natuurlijk ook geen kwaad.

>> Meer info over het onderzoek van Ester Šorm

Tablet aan tafel

Marcel, 11th February 2010

Al eerder meldde ik op dit blog dat ik steeds vaker online wil zijn tijdens besprekingen – om dingen die tijdens het gesprek naar voren komen snel te kunnen opzoeken. Bovendien vind ik het printen van papier niet meer van deze tijd. Twee redenen om bij gesprekken mijn laptop open te klappen. Meer mensen doen dat, maar het blijft een tikkie asociaal. Zo’n omhoog staand scherm is toch een barrière tussen jou en je gesprekspartners.

De eerder verguisde maar inmiddels omarmde iPad van Apple zie ik daarom positief tegemoet. Zeker, het apparaat kan nog niet zo ontzettend veel, maar daar komt bij enig commercieel opstartsucces vast verandering in. Nu al kun je documenten lezen, iets op internet opzoeken, aantekeningen maken (misschien straks ook handgeschreven), en dat allemaal terwijl het apparaat plat voor je ligt. Niet dikker dan een gemiddeld rapportje en dus geen fysiek obstakel meer tussen gesprekspartners. Met als belangrijk voordeel ten opzichte van de laptop: een veel snellere opstarttijd.

Yep, ik zie het wel zitten, vergaderen met een iPad. Over een poosje dan, als ie meer kan.

De betovering van het beeldverhaal

Raymond, 12th January 2010

eend-2

Kinderen en strips, dat is een magisch verbond. Neem de proef maar eens op de som. Bied een driejarige een foto van – bijvoorbeeld - een drukke rotonde, en een striptekening van precies hetzelfde tafereel, en kijk welk van de twee beelden de aandacht trekt en vasthoudt. Misschien dat die associatie van “jeugdige betovering” de wasdom van het beeldverhaal als vertelvorm lang heeft dwarsgezeten. Nog steeds kleeft er voor veel mensen aan strips iets kinderachtigs. Maar de betovering van strips raakt ook volwassenen.

Neem het bovenstaande plaatje van de eend – dat zal ook bij een willekeurige nuchtere volwassene eerder een affectieve reactie oproepen dan een gewone foto van een eend. Eigenlijk is dat vreemd: je zou verwachten dat een foto – die dichter bij de echte ervaring staat – een grotere emotionele impact heeft. Maar met de meeste strips is iets bijzonders aan de hand: er vindt een vorm van compressie plaats. Van ieder onderwerp worden die delen getekend die bepalend zijn voor ons begrip, de conceptueel saillante kenmerken. Met de snavel, de vleugels, de kop/romp verhouding kan in een paar lijnen een eend worden neergezet. Daarnaast kan de tekenaar de emotioneel meest relevante details extra accent geven – zoals in dit geval (en wel vaker) met de ogen. Die conceptuele en emotionele saillantie maken dat boodschappen kernachtig en met emotionele zeggingskracht kunnen worden verteld. Geen overbodige eigenschappen in de context van informatie-overload waarin wij allen verkeren. Dat verklaart misschien de opkomst van non-fictie strips en de groeiende populariteit van animaties bij reclamemakers.

>>Zie bijvoorbeeld deze commercial van Achmea.

Snel is goed

Marcel, 17th October 2009

snelheid

Snel denken geeft een lekker gevoel. Dat belooft ten minste experimenteel onderzoek van Pronin & Wegner. De onderzoekers lieten proefpersonen zinnen van een scherm oplezen en varieerden de snelheid waarmee de zinnen elkaar afwisselden. Proefpersonen waarbij de zinnen elkaar sneller opvolgden, rapporteerden dat ze het gevoel hadden sneller te denken. En die proefpersonen voelden zich beter, want krachtiger, energieker en creatiever.

Ik werd op dit onderzoek gewezen door mijn compagnon, die ooit meewerkte aan dit blog, maar zijn schrijfenergie inmiddels in zijn proefschrift steekt. Begrijpelijk maar ook jammer, want hij leest meer dan ik en ziet vaak mooie praktijkkansen. Zo mailde hij me over dit onderzoek: “De toepassingsmogelijkheden in gesprekken liggen binnen handbereik: in een groep op hoog tempo een associatie-oefening doen bijvoorbeeld zou een hele goede bijdrage kunnen leven aan de ‘mood’ van de groep”. Tegen de opzet van het experiment had hij nog wel wat in te brengen. En inderdaad, de stap van snel lezen naar snel denken zetten Pronin & Wegner wel erg makkelijk.

Rest de vraag waarom je je beter gaat voelen van snel denken. Activeert het delen van je hersenen die je gevoelsleven beïnvloeden? Komen er stoffen vrij, zoals bij sporten? En ook: zijn er misschien persoonlijke verschillen? Zou een overijverige aandelenhandelaar op Wall Street hetzelfde onder snel denken verstaan als een toegewijde bhoeddistische monnik?

>> Link naar het onderzoeksartikel.
>> Op de foto: Barcelona-hele-triathlon-finisher Marcel Z.

Get up, stand up

Marcel, 2nd June 2009

staandpraten

In Metropolis M kwam ik dit kunstwerk tegen: Struttura per parlare in piedi, ofwel Structure for talking standing up uit 1965 van de Italiaanse kunstenaar Michelangelo Pistoletti. Het is een frame van buizen waar je tegenaan kunt staan om met elkaar te praten. Lekker leunen, zoals aan een bar of een hek langs het voetbalveld. Geen wonder dat een Italiaan zoiets bedenkt, want daar houden ze wel van een potje kletsen.

Tussen staand en zittend praten zit nogal wat verschil. Vergelijk een bezoekje aan een receptie maar eens met het wekelijkse werkoverleg. Natuurlijk, er zijn meer verschillen tussen deze situaties, maar staan activeert het gesprek. Staan is namelijk een beetje oncomfortabel, dus iedereen heeft er belang bij dat het gesprek interessant blijft. En zo niet, dan draai je subtiel of minder subtiel weg, ook dat gaat staand een stuk makkelijker dan wanneer je zit.

Rondsurfend op het onderwerp stuitte ik op het fenomeen daily scrum. De term verwijst naar het fascinerende moment tijdens een rugbywedstrijd waarin de spelers letterlijk de koppen bij elkaar steken. Een daily scrum is een dagelijkse stasessie van maximaal vijftien minuten en bedoeld om iedereen snel bij te praten. Er is bij softwareontwikkelteams onderzoek gedaan naar het effect van deze manier van afstemmen. De gerapporteerde resultaten zijn positief: betere kennisuitwisseling, minder miscommunicatie en minder onnodig extra werk. Er is zelfs een heuse softwareontwikkelmethode op gebaseerd. Maar ik krijg er niet helemaal mijn vinger achter hoe onafhankelijk het onderzoek precies is.

Zo’n daily scrum kan vast ook weekly. Maar of het dan nog in vijftien minuten lukt?

>> Site van Michelangelo Pistoletti
>> Wikipedia over softwareontwikkeling met de scrum-methode

Servettekeningen

Marcel, 6th May 2009

Dankzij een tip van Marcel Zwiers lees ik op dit moment The back of the napkin van Dan Roam. De schrijver legt uit hoe je met behulp van simpele tekeningetjes ideeën kunt visualiseren en problemen kunt oplossen. Hij illustreert dat alles natuurlijk met… simpele tekeningetjes.

Het eerste deel van het boekje gaat over basale principes van het menselijk kijken. Roam zet uiteen dat mensen in onbekende situaties als in een snapshot vier dingen waarnemen: de oriëntatie van de ruimte waarin we ons bevinden (hoogte, breedte, diepte), onze positie in de ruimte, eventuele bekende mensen of objecten in ons zichtveld en tot slot de richting waarin dingen zich bewegen. Om snel hoofd- en bijzaken te kunnen zien, focussen we daarbij onder meer op variaties in patronen.

Om biologische of evolutionaire redenen is de ene variatie beter zichtbaar voor ons dan de andere. Het afwijkende object in de onderstaande series kunnen we in één oogopslag vinden.

 

 tekeningen1

Maar in deze serie al iets minder snel, aldus nog steeds Dan Roam.
 

tekeningen2

Vorm onderscheidt dus minder snel dan kleur en richting, luidt hier de conclusie. En zo is er natuurlijk nog veel meer. Dit soort inzichten zijn behulpzaam als je een brok informatie probeert te reduceren tot een makkelijk en rap leesbaar plaatje. Enfin, voor sommigen misschien bekend terrein, ik vind het leuke kost. 

>> Site Dan Roam
>> Boekje van Dan Roam bij bol.com
>> Tipgever Marcel Zwiers werkt bij 31Volts